“Binnenkort zit Positieve Gezondheid in ons hele curriculum”

Praktijkvoorbeeld

Microniveau

Positieve Gezondheid op het niveau van praktijk / organisatie.

Loes Vos-Strijbosch: docent Mondzorgkunde

Loes Vos-Strijbosch is docent Mondzorgkunde aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). Ze staat aan de wieg van een minor waarin Positieve Gezondheid centraal staat. “Deze benadering is nieuw in ons vak. En zó belangrijk.”

“Enkele jaren geleden hoorde ik voor het eerst over Positieve Gezondheid. Ik las er iets over op LinkedIn, raakte enthousiast en vroeg me af waarom we in de mondzorg eigenlijk niets met deze benadering deden. Eind 2017 kreeg ik de kans om ervoor te zorgen dat we dat wél gingen doen. Bij de HAN mocht ik samen met een collega de minor ‘Mondzorg doe je samen‘ ontwikkelen. Van september tot en met februari jongstleden leerden achttien minorstudenten hoe ze vanuit het concept Positieve Gezondheid mondzorg kunnen verlenen. Volgend jaar willen we nog meer studenten trekken. En ondertussen werk ik mee aan de integratie van Positieve Gezondheid in het hele curriculum van de opleiding. Die integratie moet in 2020 klaar zijn.”

Oplossing voor mondproblemen
“We willen onze studenten niet alleen leren hoe ze Positieve Gezondheid kunnen toepassen. We geven ook aan waarom die toepassing belangrijk is. Het draait in ons vak om het oplossen van mondproblemen. Veel hiervan komen voort uit verkeerde voeding of een slechte mondverzorging. Maar er zijn ook andere oorzaken, zoals stress of medicatie. Bijvoorbeeld door financiële problemen, een relatiecrisis of eenzaamheid. Het is belangrijk om problemen achter mondproblemen te ontdekken, aan te kaarten en er mét de patiënt een oplossing voor te vinden. Dit vereist een goed gesprek, waarbij het spinnenweb van Positieve Gezondheid heel nuttig is. En het vereist samenwerking met andere vakgebieden, zoals de huisarts, het sociale domein en de GGD.”

Verbetering algehele gezondheid
“Die krachtenbundeling maakt niet alleen óns effectiever, maar ook onze samenwerkingspartners. Als mondzorgverlener hebben we een bevoorrechte positie. Bij de algemene gezondheidszorg kloppen mensen pas aan als ze klachten hebben; bij ons komen ze periodiek op controle, soms wel vier keer per jaar. Wij zien daardoor al snel of er iets verandert in hun gezondheid. Zo kunnen we signalen aantreffen die mogelijk samenhangen met bepaalde ziektebeelden, inclusief diabetes, longontsteking, hart- en vaatziekten. Idealiter behandelen we onze patiënt dan in nauwe afstemming met collega-zorgverleners. Met als doel dat zijn algehele gezondheid verbetert. Hoe gezonder iemand is op andere vlakken, hoe beter vaak ook voor de mond. Alles hangt met elkaar samen.”

Vreemde maar slimme benadering
“Mondzorgverleners moeten leren om buiten het traditionele kader te stappen. Letterlijk, door niet in de behandelkamer te blijven, maar met mobiele units naar kwetsbare groepen te gaan – zoals ouderen in verzorgingstehuizen en mensen in achterstandswijken. Maar ook figuurlijk. Door in te zien dat een goede mondgezondheid niet alleen afhangt van de mond. En door het gesprek aan te gaan met patiënten, zeker degenen met langdurige en complexe klachten. Het is slim om met hen diverse dimensies van gezondheid door te nemen en te vragen wat zij zelf kunnen en willen doen om hun gezondheid te verbeteren. Patiënten en mondzorgverleners vinden het vaak nog wat vreemd om mondzorg zo te benaderen. Maar wanneer ze het doen, ervaren ze al snel hoe zinvol het is.”

>> Meer weten over de minor? Bekijk dit YouTube filmpje en lees pagina 26-28 van het Nederlands Tijdschrift voor Mondhygiëne.

Patiënten en mondzorgverleners vinden het vaak nog wat vreemd om mondzorg zo te benaderen. Maar wanneer ze het doen, ervaren ze al snel hoe zinvol het is.

Wil je ook een praktijkvoorbeeld delen?

Bezoek het iPH Channel bij 1Sociaal Domein

of mail ons je verhaal: praktijkvoorbeelden@iph.nl.