Sasja Geurtse, fysio- en haptotherapeut in een instelling voor verstandelijk gehandicapten.

Sasja Geurtse werkt als fysio- en haptotherapeut in een instelling voor verstandelijk gehandicapten. Tijdens de praktijkmiddag Positieve Gezondheid van 10 mei 2019 vertelde zij op het podium over haar ervaring met één van haar patiënten.

Positieve Gezondheid heeft voor Geurtse alles te maken met het herkennen en aanspreken van veerkracht en vitaliteit. “Dat helpt enorm bij patiënten – ook in onze instelling voor intensieve 24-uurszorg. Bijvoorbeeld bij Annemieke, een jongvolwassen, ernstig verstandelijk beperkte en spastische vrouw met een kwetsbaar lijf.”

Reageren door te huilen
“Toen ik haar leerde kennen, zat Annemieke in grote nood. Ze at niet meer, kon daardoor haar medicijnen niet langer innemen en had meerdere keren per maand een grote toeval waar ze niet zelf uitkwam. Ook haar moeder zat in nood: zij vertelde huilend dat ze geen contact meer met haar dochter kon krijgen.
Begeleiders wisten niet goed wat ze nog moesten doen om de situatie van hun patiënte te verbeteren. Uiteraard waren de specialist en een neuroloog veelvuldig betrokken geweest; zij wisten het evenmin. De PEG-sondeplaatsing was mislukt, want Annemiekes buik kon niet verdragen dat er iets in aangebracht werd. Annemieke zelf reageerde door veel te huilen. Onrustig te zijn. Steeds minder goed te kunnen zitten en liggen.”

Verlangen naar contact
“De specialist en moeder vroegen uiteindelijk of ík eens bij Annemieke wilde kijken. Zouden we nog iets aan haar pijn kunnen doen? Ik ging erheen met het spinnenweb van Positieve Gezondheid voor ogen. Ik wilde er allereerst achter komen wat er voor Annemieke toe doet, wat er voor haar moeder toe doet en wat er voor haar begeleiders toe doet.
In gesprekken bleek al snel dat de moeder verlangde naar contact met haar dochter. En dat de begeleiders hun onmacht kwijt wilden raken. Wat Annemieke wilde, wist ik nog niet zo goed. Een gesprek was niet mogelijk; praten kon ze niet. Ik hoorde wel aannames van betrokkenen. Bijvoorbeeld dat haar pijn, spasticiteit en onvermogen – of onwil – om te eten  misschien betekenden dat ze niet meer wilde leven.”

Toenadering in stapjes
“Toen ik Annemieke bezocht, merkte ik direct hoe gevoelig ze was: ik liep langs het raam en alleen al van mijn schaduw trok Annemiekes lijf samen. Eenmaal in haar kamer maakte ik op afstand contact. Ze werd wat onrustig, begon te jammeren, maar ik bleef en merkte dat haar spanning zakte. Ik kwam dichterbij, zag haar spanning stijgen, bleef waar ik was en zag haar weer rustig worden.
Zo ging ik stapje voor stapje naar haar toe, tot ik na 25 minuten op een krukje aan haar bed zat, met mijn hand op haar buik. En Annemieke zelf? Die was in slaap gevallen. Begeleiders zagen het met verbazing aan en zeiden: ‘Kun je elke dag komen? Want wij krijgen haar niet rustig en ze slaapt bijna niet.’ Ik voelde de valkuil, het verlangen in te stemmen. Maar ik wist: mijn taak is de begeleiders en moeder toe te rusten om Annemieke te helpen.”

“Wat zou belangrijk voor Annemieke kunnen zijn? Wat is fijn voor haar? Waar geniet zij van? Dat besprak ik met haar moeder en begeleiders.”

Vergeten wat iemand mens maakt
“Wat zou belangrijk voor Annemieke kunnen zijn? Wat is fijn voor haar? Waar geniet zij van? Dat besprak ik met haar moeder en begeleiders. Eén van die laatsten zei: ‘Wat erg! Wij verzorgen haar, prikken haar, leggen haar in bed, hijsen haar in en uit een rolstoel. Maar we zijn vergeten wat haar mens maakt: dat ze gewoon contáct wil, gekriebeld wil worden, het fijn vindt als iemand een liedje voor haar zingt of samen met haar op de rolstoelfiets gaat. Allemaal dingen die we niet meer doen, omdat we denken dat ze overprikkeld is, rust nodig heeft, slechts het hoognodige aan aandacht moet krijgen.’
Dit besef was cruciaal. Begeleiders zagen Annemieke weer als méér dan een kwetsbaar lijf dat eten en drinken nodig had. Ze gingen het contact met haar aan, deden leuke dingen met haar buiten de verzorgingsmomenten om, verwierpen hun angst haar te overprikkelen. Het gevolg? Annemiekes leven heeft weer inhoud gekregen. Ze heeft geen grote toevallen meer, hoeft niet langer tien keer per jaar met een gillende ambulance naar het ziekenhuis, is van de pijnmedicatie af, is aangekomen en maakt ook zélf contact, zowel met begeleiders als met haar moeder. Zoals die laatste zei: ‘Ik heb mijn kind weer terug.’”

0