Hoe Positieve Gezondheid haar weg vindt in Maastricht UMC+

 In Interview, Uit de praktijk

‘Het zit al langer in onze genen om niet alleen naar ziekte te kijken, maar naar heel de mens’, vertelt Rianne Pas van Maastricht UMC+, die nauw betrokken is bij Positieve Gezondheid. ‘Als universitair medisch centrum willen we niet alleen genezen, maar ook mensen helpen gezond te blijven. Dan moet je ook naar de hele context willen kijken waarin mensen leven. Positieve Gezondheid past goed bij hoe we bezig zijn.’

 

Veel raakvlakken onder een andere noemer

Er liepen dan ook al tal van initiatieven op dat vlak toen Positieve Gezondheid zich aandiende, maar dan onder een andere noemer. ‘Vanaf 2011 is de strategie van ons universitair medisch centrum ‘heel de mens’. Sinds 2015 is de strategie ‘Gezond Leven’ in ontwikkeling. Daarnaast spelen ‘eigen regie’ en ‘patiëntenparticipatie’ sinds een aantal jaren ook een belangrijke rol. We gaan dan ook niet gelijk allemaal nieuwe initiatieven opzetten rond Positieve Gezondheid. We hebben eerst in kaart gebracht wat er zoal loopt dat aan dat gedachtegoed raakt. Ook hebben we de medewerkers gevraagd: wat heb je nodig om verder te komen met Positieve Gezondheid en hoe kunnen we leren van elkaar?’

 

Kernteam als vraagbaak

Een belangrijk besluit was om een kernteam op te richten dat initiatieven rondom Positieve Gezondheid coördineert. Rianne Pas is lid van dit kernteam, waarin zowel de bestuursstaf als zorgprofessionals vertegenwoordigd zijn. ‘We proberen contact te hebben met iedereen in het ziekenhuis en de faculteit die met het gedachtegoed van Positieve Gezondheid bezig is – of wil zijn. Medewerkers kunnen ons als vraagbaak gebruiken. Wij schakelen tussen de verschillende expertises. Ook hebben we goed zicht op hoe ver de verschillende afdelingen zijn in het proces. We kunnen ze dan aan elkaar koppelen, zodat zij elkaar verder kunnen brengen.’

 

Leren om dieper door te vragen

Zo heeft de maag-, darm- en leverafdeling haar patiëntgerichtheid onder de loep genomen: ‘We zijn als specialisten in het Maastricht UMC+ medisch experts op tal van gebieden. Daar staan we voor. Gezondheid is echter geen doel op zich. Maar een middel om patiënten bijvoorbeeld weer sociaal en maatschappelijk te laten functioneren, weer aan het werk te kunnen gaan, zin te geven aan het leven. Dat betekent dan ook dat je patiënten vraagt welke doelen ze willen bereiken, dat je samen een behandelplan maakt en meer systematisch alle domeinen van (positieve) gezondheid in kaart brengt.’ Ook andere afdelingen willen graag van deze ervaringen leren. Op de afdeling KNO/Audiologisch Centrum loopt bijvoorbeeld een pilot om deze brede blik op patiënten in de poliklinische zorg te gebruiken.

 

Overzicht maken van methoden

Het kernteam werkt nauw samen met het team rondom patiëntenparticipatie. Samen bekijken zij in hoeverre de combinatie met Positieve Gezondheid te maken is. ‘Ons uitgangspunt is niet dat iedereen altijd per se met het spinnenweb werkt. We hebben het bewust over het gedachtegoed van Positieve Gezondheid en dat dat een middel is om onze Maastricht UMC+-missie te kunnen ondersteunen. Het spinnenweb zien we niet als doel op zich, maar als een middel om anders over gezondheid te denken, spreken en daarnaar te handelen.’

 

Onderzoek naar implementatie en opbrengsten

Het Maastricht UMC+ kijkt niet alleen naar hoe Positieve Gezondheid te implementeren valt in de zorg. Er wordt ook onderzoek gedaan naar de verschillende aanpakken en opbrengsten. Op de afdeling KNO/Audiologisch Centrum is er een doelmatigheidsonderzoek gestart om te kijken wat het spinnenweb kost aan tijd en energie, en wat dat oplevert. En er is een onderzoek gestart naar welke beleidsmaatregelen de implementatie van Positieve Gezondheid verder brengen – of juist hinderen.

 

Maak het mensen zo makkelijk mogelijk

‘We zien dat onze medewerkers met veel passie aan de slag willen met het gedachtegoed van Positieve Gezondheid’, constateert Pas. ‘Het belangrijkste is om het ze zo makkelijk mogelijk te maken. Een kernteam kan dat helpen faciliteren door mensen de mogelijkheid te bieden om van elkaar te leren. En ook door te zorgen voor de juiste ondersteuning en training. Dat is nog best een uitdaging, omdat er niet voor elke hoe-vraag een passend antwoord is. Bij die zoektocht heb je elkaar nodig.’

0