Hoe kun je Positieve Gezondheid verder brengen in een ziekenhuis?

 In Interview, Praktijkvoorbeelden

Hoe kun je als ziekenhuis het concept Positieve Gezondheid vormgeven? Bij het Jeroen Bosch Ziekenhuis weten ze daar na vier jaar pionieren veel van. Gezondheidswelzijn noemen ze het in dit ziekenhuis, en het gedachtegoed is er niet meer weg te denken.

 

Volgens Marco van Geffen, projectleider strategie, brengt Positieve Gezondheid een andere manier van denken en doen. ‘Er wordt met een bredere blik naar mensen gekeken en de focus ligt op dat wat belangrijk is voor hen. Dit gedachtegoed wordt niet geïmplementeerd en van bovenaf oplegt, maar op een organische manier ontwikkeld. We ontdekken door te doen, door van perspectief te wisselen, te experimenteren en te enthousiasmeren.’ Het traject vraagt dus om maatwerk, maar welke elementen bleken succesvol te zijn?

 

1. Samen van betekenis zijn

‘Bij Positieve Gezondheid draait alles om wat er voor de mensen in het dagelijks leven echt toe doet. Dat is natuurlijk veel meer dan wij als ziekenhuis kunnen bieden. Eigenlijk zijn wij maar een klein onderdeel van alles wat met gezondheid en ziekte te maken heeft. Dus wil je als ziekenhuis écht van betekenis zijn voor patiënten, dan is samenwerken met collega’s uit het netwerk cruciaal. Dat geldt bijvoorbeeld voor mensen die in hun laatste levensjaren zijn gekomen. Wat is voor hen belangrijk en hoe kunnen we daarbij aansluiten? Dat besef is essentieel. Kijk dus vanuit het perspectief van de patiënt naar wie in zijn netwerk allemaal belangrijk zijn.’

 

2. Krachtig doel dat inspireert

‘We werken met een gewaagd doel: in 2025 geven de mensen in Den Bosch en omgeving hun gezondheidswelzijn de hoogste waardering van Nederland. We hebben het bewust zo opgeschreven. Nergens staat dat wíj dat alléén gaan doen. Ook belangrijk: het refereert aan de diepste betekenis van de zorg. Je kunt er dus eigenlijk niet tegen zijn. Je medewerkers niet. Maar ook de collega’s in het netwerk niet die je nodig hebt om het doel te realiseren, zoals gemeenten en huisartsen. Als je dat doel onderschrijft, kan het ook niet anders dan dat je elkaar opzoekt om samen te werken. Wel moet je durven accepteren dat je succes van meer mensen afhangt dan van jezelf, en dat je niet overal invloed op hebt. Je werkt er immers samen aan.’

 

3. We hangen niet de grote jongen uit

‘Omdat je als ziekenhuis een grote partij bent, loop je de kans dat anderen tegen je opkijken. Stel je je zo ook op, dan kun je de samenwerking wel vergeten. Wij zijn laagdrempelig en vrijblijvend met de mensen in ons netwerk in gesprek gegaan. Over waar we mee bezig zijn. Over hoe zij daartegenaan kijken. Over wat zij belangrijk vinden. We hebben ook geen intentieverklaringen getekend of contracten opgesteld die iedereen vastpinnen op wat er bereikt moet worden en op welke manier. Steeds is de insteek: hoe gaan we elkaar helpen en versterken om zorg te bieden die past bij mensen?’

 

4. Andere aanpak van een veranderproces

‘Normaal gesproken zou je voor een vernieuwing eerst een plan ontwikkelen vanuit je managementteam en dat langs de gebaande paden gaan uitwerken – van bovenaf. Dit proces vraagt om iets anders. Het is meer organisch waarbij je met elkaar leert door zaken te proberen. We hebben dus geen blauwdruk, geen draaiboek of uitrolplan.’

 

5. Buiten de lijntjes tekenen

‘Wij hebben een strategiegroep samengesteld met mensen in de organisatie die buiten de lijntjes durven te tekenen en die zin hebben om te veranderen. Bij deze pioniers zit de energie. De groep bestond uit een gemengd gezelschap, zoals medisch specialisten, logistiek medewerkers, huisartsen en natuurlijk patiënten zelf. Hen heb je nodig als motor en als ambassadeur voor het gedachtegoed in je organisatie. Zij kwamen regelmatig bij elkaar om zichzelf en de ander verder te brengen. Wat is je idee? Hoe pak je dat aan? En wat heb je nodig om dat te bereiken?’

 

6. Experimenteren en leren

‘In het begin hebben we ‘moestuinen’ georganiseerd. Met dat woord zeiden we eigenlijk dat het voor ons ook nog een zoektocht was. Als je een zaadje plant voor Positieve Gezondheid, hoe groeit dat dan uit? Wat heeft het nodig? Een moestuin nodigt mensen uit om te experimenteren. Om te kunnen experimenteren stellen we drie voorwaarden. De veiligheid van de patiënt moet gewaarborgd zijn. Als een experiment lukt, willen we dat weten en delen. En dat geldt ook voor als het niet lukt: dat levert immers veel informatie op.’

 

7. Onze bouwstenen

‘We hebben eerst gekeken welke bouwstenen nodig waren om ons doel te halen. Zo waren ‘samenwerken in netwerken’ en ‘eigen regie’ belangrijk. Maar bijvoorbeeld ook ‘informatietechnologie inzetten’ en ‘werkprocessen organiseren’. Daarbij zijn we gaan opruimen wat ooit zinvol was, maar nu niet meer. Vergelijk het met de oude ANWB-praatpalen langs de snelweg als je vroeger autopech had. Die palen bleven nog lang bestaan en werden onderhouden, terwijl iedereen al rondreed met een mobiele telefoon. Die opruimactie zijn we exnovatie gaan noemen, de tegenhanger van innovatie.

Later hebben we strategische onderwerpen geformuleerd. Bijvoorbeeld ‘Toen werd je zelf ziek’. Wat leert de ervaring om zelf patiënt of mantelzorger te zijn ons? En hoe kun je aan de hand daarvan je zorg verbeteren?’ Een ander belangrijk onderwerp is ‘Lekker werken met impact’, waarbij onder meer het goede gesprek met je patiënt centraal staat. Hoe kun je echt luisteren en echt horen en daar met het team op aansluiten?’

 

8. Praktijkverbinders

‘Komt op steeds meer afdelingen het gedachtegoed tot bloei? Dan helpt het om praktijkverbinders in te zetten die op hun afdeling veel voor elkaar willen krijgen. Wij faciliteren hen om door te gaan met vernieuwen en hun ervaringen te delen met anderen. Daarvoor krijgen zij een aantal uren per week. Zo voorkwamen we dat hun enthousiasme en inzet verloren zouden gaan in de waan van de dag.’

 

9. Pioniers en inspiratoren

‘De mensen bij wie het kooltje smeult om aan te haken, vind je door mee te lopen op de afdelingen, mee te kijken, en met mensen in gesprek te gaan. Vind je een goed voorbeeld? Deel dat dan met bijvoorbeeld een filmpje of verhalen. Dat zal anderen weer inspireren. Laat je als organisatie ook inspireren door bezielende sprekers van buiten. Zo hebben wij Machteld Huber uitgenodigd, die het gedachtegoed ontwikkelde. Maar ook Andries Baart over de presentiebenadering als basis voor goede zorg.’

 

10. We kiezen onze woorden

‘Voor je het weet gebruik je managementtermen die mensen het gevoel geven dat het bij Positieve Gezondheid uiteindelijk tóch gaat om een top-downbenadering. Zet die woorden op een verboden lijst. Gebruik juist begrippen die appelleren aan wat belangrijk is voor jou en voor je collega’s. En vooral voor je patiënt.’

 

Meer weten over de aanpak van het Jeroen Bosch Ziekenhuis?

Lees het online magazine met persoonlijke verhalen.